Katja Doubek-Lexicon van de belangrijste aanslagen
De verwoestende aanvallen op 11 september 2001 op het World Trade Center in New York en het Pentagon in Washington luidden een nieuw tijdperk in de geschiedenis van de gewelddadige terreurdaden in. Nochtans zijn sinds het bestaan van de mensheid aanslagen gepleegd op politici en beroemdheden. Reeds in de middeleeuwse staatsleer van Johannes van Salisbury, en later in renaissancegeschriften van politicus en geschiedschrijver Niccolo Machiavelli, werd de moord op tirannen gelegitimeerd als zij de vrijheid en de veiligheid van de staat in gevaar brachten. Zo is iedereen het er vrijwel over eens dat het mislukken van de bomaanslag die een einde moest maken aan het leven en de waanzin van Adolf Hitler dient beschouwd als een van de grootste fiasco's van de 20e eeuw. Maar zoals blijkt uit dit overzicht, liggen rede en morele overwegingen slechts zelden aan de basis van een aanslag op het leven van een belangrijk persoon. Maar of de redenen nu liggen in roemzucht, wraak, onderdrukking, jaloezie, hartstocht dan wel een politieke intrige of een samenzwering het motief was voor een aanslag, of huurmoordenaars dan wel misleide fanatici het moorddadige werk verrichtten, in dit boek wordt niemand aangeklaagd en geen enkele moordaanslag gerechtvaardigd. Het is dan ook de bedoeling van de auteur de oorzaken, de uitvoering en de gevolgen van de in de loop van de eeuwen internationaal belangrijke aanslagen te beschrijven.